Na meer dan twee jaar van gezamenlijke ontwikkeling met de Waalse autoriteiten en de belanghebbenden om een gedegen dossier op te stellen dat aan de wettelijke vereisten voldoet, heeft Biogas Hautrage in het najaar van 2025 zijn vergunningsaanvraag ingediend voor de biomethaaninstallatie in de industriezone van Tertre. De afwijzingsbeslissing van 18 juni door de technische ambtenaren en de gedelegeerde van Mons weegt zwaar in de afwegingen die CIP – Copenhagen Infrastructure Partners, een van ’s werelds grootste investeerders in infrastructuur voor hernieuwbare energie, zal maken met betrekking tot de voortzetting van zijn investeringen in Wallonië.
Een strategisch project voor hernieuwbare energie in Wallonië
Met een productiecapaciteit van 340 GWh, investeringen van meer dan 200 miljoen euro zonder enige aanvraag voor sectorale subsidies en de 100 directe en indirecte banen die het oplevert, behoort Biogas Hautrage vandaag tot de meest structurerende industriële en milieuprojecten in Wallonië. Naast de hoofdproductie van biomethaan is het project gericht op de productie van BioCO₂ en CE-gemarkeerde organische meststoffen op basis van landbouwafval en agro-industriële reststoffen. Een project in het kader van de circulaire economie dat breed wordt aangemoedigd door de landbouwsector, die hierin een echte kans voor haar activiteiten ziet.
Een besluit dat nadere toelichting verdient
Bij lezing van het besluit blijkt uit talrijke adviezen van de in het kader van de procedure geraadpleegde deskundige instanties dat het project blijk geeft van een hoge mate van beheersing en naleving van de wettelijke vereisten. De overgrote meerderheid van de uitgebrachte adviezen is dan ook positief. De enige negatieve of voorbehoudende adviezen van de instanties van het SPW hebben allemaal een antwoord of verduidelijking gekregen van de aanvrager, die bovendien bereid is de opgelegde strenge maatregelen te aanvaarden om de gevolgen van zijn activiteiten voor het milieu te verminderen of verder te beperken. We benadrukken dat de logistieke haalbaarheid van het gebruik van de waterweg (het project leidt tot een toename van het scheepvaartverkeer op het Nimy-Blaton-kanaal met ongeveer 17 %), de verenigbaarheid van het project met de eisen inzake industriële veiligheid, het ontbreken van grote belemmeringen in verband met de bodemgesteldheid, alsook de bevredigende aanpak van de milieuexternaliteiten die met het project gepaard gaan, zoals geluid, geuren of verkeer, zijn erkend.
"BGH sluit precies aan bij de doelstellingen die Wallonië al jaren nastreeft: lokaal hernieuwbare energie produceren, de CO₂-uitstoot verminderen, de energieonafhankelijkheid versterken en een performante circulaire economie ontwikkelen. Toch krijgen we te maken met een afwijzing waarvan de motivering ons ongegrond lijkt. Deze beslissing roept vragen op over de werkelijke bereidheid van Wallonië om de kansen te grijpen die zich aandienen op het vlak van economische, energetische en agronomische ontwikkeling. Het geeft ook een verontrustend signaal af aan de Waalse industrieën die concrete belangstelling hebben getoond voor biomethaan als middel om hun activiteiten koolstofarm te maken”, aldus Jakob Bergendorff, Managing Director.
Lokale bezwaren die de doorslag lijken te hebben gegeven
De afwijzende standpunten zijn voornamelijk afkomstig van lokale actoren: gemeenten, de intercommunale IDEA en omwonenden. Ondanks de aanzienlijke inspanningen op het vlak van transparantie, overleg met vertegenwoordigers van de omwonenden en diverse communicatie-initiatieven om de ins en outs van het project aan een zo breed mogelijk publiek uit te leggen, bleven hun standpunten tegengesteld. Toch maakt het project gebruik van de beste beschikbare technologieën en is de vestiging gepland op een privéterrein dat al meer dan 25 jaar leegstaat, gelegen binnen een eco-zonering met een industriële bestemming.
Het is essentieel te benadrukken dat de exploitatievoorwaarden die door de diverse „belangrijke” adviesinstanties zijn vastgesteld, zo streng zijn dat ze ongetwijfeld tegemoetkomen aan de bezorgdheden die door talrijke bezorgde omwonenden zijn geuit tijdens het openbaar onderzoek.
Welke conclusies moeten hieruit worden getrokken?
CIP betwist niet het vereiste niveau van eisen voor een industrieel project van deze omvang. De groep is zich ten volle bewust van haar verantwoordelijkheden en van de uitdagingen die een dergelijk project met zich meebrengt. « We hebben aanzienlijke inspanningen geleverd en aanzienlijke investeringen gedaan om een solide dossier samen te stellen, waardoor we een ruime meerderheid aan gunstige technische adviezen hebben kunnen verzamelen. We hebben er ook voor gezorgd dat het project duurzaam in de regio wordt verankerd, met name door aantrekkelijke partnerschappen aan te gaan met de landbouwers uit de regio. Ons onbegrip is des te groter omdat de recente energie- en geopolitieke crises ons er opnieuw aan hebben herinnerd hoe belangrijk het is om onze strategische autonomie te versterken. Als een project dat het mogelijk maakt lokale hernieuwbare energie te produceren, werkgelegenheid te creëren en bij te dragen aan de strijd tegen klimaatverandering niet kan slagen, aan welke voorwaarden moet dan nog worden voldaan om dit soort initiatieven in Wallonië te ontwikkelen?”, aldus Antoine Mathelot, projectdirecteur bij CIP.
Standpunt van de Groep
CIP neemt kennis van dit besluit met alle ernst die het vereist. Er zal een grondige analyse worden uitgevoerd van de redenen die tot de afwijzing hebben geleid, om te beoordelen of het zinvol is om beroep in te stellen bij de minister van Ruimtelijke Ordening. Mocht uit deze analyse echter blijken dat de kans op succes onvoldoende is, dan zou CIP zich genoodzaakt zien de voortzetting van het project in Wallonië te heroverwegen. In een dergelijke context zou de beoogde investering van meer dan 200 miljoen euro kunnen worden verlegd naar andere regio’s die een gunstiger klimaat bieden voor de realisatie ervan.

